HD-tv bestaat al jaren, maar toch is het een prachtig voorbeeld van volksverlakkerij. Er zijn een hoop verschillende standaarden. Je koopt een tv met de sticker ’HD‘, maar dan blijkt eigenlijk dat ie niet volledig de hoogste HD-resolutie ondersteunt. Daarvoor moet je full HD hebben.
Grappig is de situatie rond content. Er zijn niet al te veel programma‘s die volledig HD ondersteunen. En bovendien weet je niet hoe de kabelaanbieder het een en ander codeert en hoeveel bandbreedte hij daarvoor overheeft. Vaak zit je dus naar allerlei ’opgeschaald‘ spul te kijken dat mogelijk helemaal nooit in HD is opgenomen of afgeleverd. Je weet gewoon nooit waar je naar kijkt. UPC en Ziggo geven aan dat ze digitale tv leveren, maar is dat allemaal volledige HD-beeldkwaliteit door het hele traject? Vaak niet en het valt simpelweg niet te achterhalen wat ze ’digitaal‘ of ’HD‘ noemen.
Ook de HD-tv zelf probeert er het zijne aan te doen en gaat ’beeldverbeterende‘ bewerkingen uitvoeren op beelden die binnenkomen. Je ziet dan vreemde artefacten rond huidtonen, die er plotseling opvallend blokkerig uitzien. Kijk je dan goed naar het beeld van HD-uitzendingen op Discovery Channel of National Geographic, dan beginnen allerlei dingen op te vallen. In documentaires worden natuurlijk ook allerlei beeldbronnen gemixt. Je ziet een kikker in de Amazone plonzen en je hebt een kristalhelder gedetailleerd beeld. Een helikopteropname lijkt echter ergens anders vandaan gehaald en ziet er blokkerig, vaag en totaal niet HD uit. Als er daarna een vlugge armbeweging in beeld is, zie je allerlei rafeleffecten. Mogelijk omdat die scene niet helemaal full HD in volbeeldmodus is opgenomen of omdat de ’bitrate‘ van de contentdistributeur niet hoog genoeg is om deze beweging bij te houden.