TUE-onderzoekers zijn op het spoor van een patiëntvriendelijkere en betere methode om mannen op prostaatkanker te onderzoeken. Op het moment worden er bij het vermoeden van prostaatkanker een aantal biopten genomen, maar een ultrageluidscan kan net zo goed of zelfs beter aangeven of er een tumor aanwezig is. Na een eerste onderzoek onder 24 patiënten willen de TUE’ers samen met het AMC Amsterdam, het Jeroen Bosch-ziekenhuis in Den Bosch en het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven een groot vergelijkend onderzoek starten.
Normaal kunnen ultrageluidscanners geen tumorweefsel onderscheiden. Tumoren maken vaak echter veel kleine bloedvaatjes aan, en die zijn wel zichtbaar te maken via een contrastmiddel van minuscule gasbelletjes. Door de beelden te analyseren op de karakteristieken die specifiek zijn voor tumorweefsel, kunnen ze vrij nauwkeurig aangeven waar er een tumor zit.
De methode heeft vooral waarde voor de eerste schifting na een bloedonderzoek. Bij een verhoogde PSA-waarde (prostaat-specifiek antigeen) in het bloed wordt de patiënt doorverwezen voor een biopsie-onderzoek. Daarbij worden meestal twaalf biopten genomen door heel de prostaat heen, een pijnlijke procedure die in ruim twee derde van de gevallen overbodig is omdat er geen tumor blijkt te zijn. Aan de andere kant wordt zo’n dertig procent van de kankergevallen gemist in de standaard biopsiesessie. Dat is met de ultrageluidmethode te verkleinen.

