In de laatste onthullingen van klokkenluider Edward Snowden komt naar voren dat de Amerikaanse en Britse veiligheidsdiensten onder meer backdoors in de cryptografische standaarden uitbuiten om versleutelde berichten te ontcijferen. Dat impliceert dat de publiek ontwikkelde algoritmes niet zo veilig zijn als binnen de security-gemeenschap wordt aangenomen. Dit beeld verdient echter nuancering.
Volgens The Guardian, dat de gelekte documenten heeft geanalyseerd, gebruiken de Amerikaanse NSA en het Britse GCHQ elke mogelijke aanpak om achter de inhoud van versleutelde communicatie te komen. Vaak gaat dat via traditionele hacktechnieken. Ze kunnen bijvoorbeeld direct inbreken op een computer, netwerk of router om de berichten te onderscheppen voordat ze versleuteld worden. Encryptiesleutels worden eveneens via inbraak bemachtigd, slecht gekozen wachtwoorden worden via een dictionary attack achterhaald, en zo voorts.
Daarnaast steken ze veel moeite om de implementaties van cryptografische standaarden te breken. De veiligheidsdiensten speuren actief naar bugs om uit te buiten. Daarnaast werken ze er actief aan om ’foutjes‘ toe te voegen aan producten. Dat gebeurt zowel met als zonder medeweten van leveranciers. In Windows en Lotus Notes bijvoorbeeld zouden bijvoorbeeld expres achterdeuren zijn ingebouwd. Deze fouten, die gemakkelijk als vergissing kunnen worden gezien, geven de veiligheidsdiensten niet direct de sleutel, maar aanknopingspunten om het kraken van de beveiliging realiseerbaar te maken.
