Artificiële intelligentie wordt tegenwoordig al succesvol gebruikt om gezichten te herkennen, het weer te voorspellen of ziektepatronen op te sporen. Hiervoor zijn uiterst krachtige, energieverslindende processoren nodig, die hun werk doen in de cloud. Nochtans is het vaak voordeliger als we ai naar de sensoren kunnen brengen. Imec ontwikkelt hiervoor hardware die geen honderden watts maar één watt tot enkele milliwatts verbruikt.
Sinds de opkomst van het onderzoeksveld voor artificiële intelligentie eind jaren vijftig wisselden periodes van euforie en neerslachtigheid elkaar steeds af, maar de laatste jaren haalt het optimisme de bovenhand. Dat ai een succes wordt, lijkt nu wel vast te staan. Dat komt onder meer omdat de beschikbare rekenkracht exponentieel is gestegen tot het huidige niveau. De verwachtingen sluiten ook beter aan bij de realiteit: computers leren patronen herkennen in enorme, ogenschijnlijk willekeurige datasets. Zoiets heet machinaal leren en dat is geen geringe prestatie.
Gecontroleerd ml is tot nu toe het meest succesvol gebleken. Een ml-systeem krijgt hier eerst een grote dataset met trainingsvoorbeelden voorgeschoteld: een pixel-array, een kaart met weergegevens of een reeks medische parameters over een bepaalde periode. Die moet het leren herkennen als een gezicht, een storm of een ziekte. Het begint hiervoor voorspellingen te doen en die vergelijkt het met de labels die vooraf aan de input werden toegekend. Als het systeem het fout heeft, past het zijn parameters (ook gewichten genoemd) aan en doet het een nieuwe voorspelling.

