In het technologiegeweld anno 2015 is systeembouw geen sinecure. Van bergen documentatie tot incomplete referentieontwerpen, Cees van Teylingen van Confed laat zien waar ontwikkelaars tegenwoordig zoal tegen aanlopen.
In 1971 daagde Intel potentiële ontwikkelaars uit met een eerste ontwerp van een microprocessor, de MCS-4, opgebouwd uit 2900 transistoren en met een datasheet van 82 pagina’s. In 1976 was Steve Wozniak in zijn eentje verantwoordelijke voor de hardware en het besturingssysteem van de inmiddels legendarische Apple II-computer, gebaseerd op de ongeveer 3500 transitoren tellende 6502-cpu van Mos Technology. Vandaag de dag is er een overvloed aan (systeem)chips, met miljarden transistoren en datasheets van wel duizenden pagina’s.
Bij Texas Instruments is er keuze uit 825 verschillende microcontrollers, bij Freescale uit meer dan duizend, en dan zijn daar nog Atmel, Microchip, Renesas, Silicon Labs, ST en vele andere, veelal Arm-gebaseerde mcu’s. Vergeet ook Intel niet met zijn embedded pc-platforms. Daarnaast bestaan er minstens evenveel leveranciers van functiespecifieke producten als encryptie/decryptiecores, netwerkchips, rf-ic’s en raid-controllers. Hoe zien we de bomen door dit bos?
