Ik woon op een steenworp afstand van het Huis van de Toekomst. Met dit tien miljoen gulden kostende project wilde Chriet Titulaer gewone burgers een idee te geven hoe slimme technologie hun dagelijkse leefomgeving zou kunnen veranderen. Daartoe stouwde de markant bebaarde tv-wetenschapper met zijn typische zachte g een gebouw vol met de laatste (bouw)technische snufjes, waaronder bediening via stemherkenning, een centraal stofzuigersysteem en zonnecellen. Bij de opening in 1989 was het huis zijn tijd al ver vooruit, maar ook anno 2015 zou het nog goed dienst kunnen doen.
Het gemiddelde gebouw van tegenwoordig is intrinsiek niet heel veel meer hightech dan een kwart eeuw geleden. Waar zonnecellen als toevoeging inmiddels redelijk gemeengoed zijn, begint building-integrated pv pas net op te komen. Een centraal stofzuigsysteem is helemaal ver te zoeken in een doorsneewoning. Bediening via spraakherkenning heeft weliswaar een stevige boost gekregen door Apple’s Siri en Microsofts Cortana, maar haar weg naar gebouwen nog niet echt gevonden.
Nieuwe ronde nieuwe kansen met het internet of things. De iot-oplossingen schieten als paddenstoelen uit de grond om ons leven te veraangenamen door apparaten in huis een intelligente schil te geven. Deze schil komt nu nog vooral in de vorm van aparte kastjes zoals de Crownstone die we tussen stekker en stopcontact moeten plaatsen, aan elkaar geknoopt door een losse thuisautomatiseringshub als de (spraakgestuurde!) Homey. Handig want dan kunnen we onze bestaande apparatuur blijven gebruiken, maar veel meer functionaliteit dan aan- en uitschakelen en het stroomverbruik uitlezen op afstand voegen deze oplossingen niet toe. Echt slim wordt het pas met ingebouwde intelligentie. Dergelijke producten zijn er al wel, maar nog niet in groten getale voor de consument.

