Het is niet moeilijk te raden waar Philips Semiconductors zijn nieuwe joint ven¬ture-chipfabriek zal neerzetten: in Azië. Daar zijn waferfabs al winstgevend als ze meer dan de helft zijn gevuld. Som¬mige Taiwanese superfabs lukt het zelfs bij 45 procent. Ajit Manocha, die bij Semi over de productie gaat, liet op de afgelopen analistenbijeenkomst in Amsterdam een staafdiagram zien dat een zeldzaam kijkje gaf in zijn keuken. In het histogram was de bezetting en het break-evenpunt uitgezet voor de fabriek van Philips in Nijmegen. In 2003 had deze fab een bezetting van 74 procent, maar om break-even te draaien was in dat jaar een bezetting nodig van maar liefst 87 procent. U leest dit goed: 87 procent.
Met drastische maatregelen is dit nu aan het verbeteren. In 2004 zakte het kostenevenwichtspunt naar 84 procent. Dat betekende in 2004 weer winst, want de bezetting in Nijmegen was 87 procent. Dit jaar is de verwachte bezetting minder, 79 procent, maar met een verwachte break-even van 78 procent zit er net een procentje winst in.
Manocha‘s doel is kostenevenwicht onder de 60 procent. Daarmee zouden Philips‘ fabs in Europa en de VS voldoende rendabel zijn – ze zijn immers niet helemaal te vergelijken met de Aziatische 300 mm-megafabs. ’Op 60 procent zou ik heel trots zijn‘, zei Manocha.

