Uit onderzoek blijkt dat in 2030 bijna twaalf procent van het totale aantal sterfgevallen in Nederland te wijten is aan dementie, meer dan twee keer zo veel dementie-sterfgevallen als nu. Dit heeft gevolgen voor de organisatie van de zorg in ons land. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning die recentelijk is aangenomen, regelt dat mensen met een beperking ondersteuning kunnen krijgen. De zorg verschuift van intramuraal (zorg in een instelling) naar extramuraal (zorg in de buurt van de cliënt). Dit betekent dat cliënten – ook zij die lijden aan dementie – langer thuis blijven wonen en hulp krijgen van mantelzorgers en wijkverpleging.
Het is echter niet zo eenvoudig om een huis zo in te richten dat het voor een dementerende mogelijk is om er veilig en prettig te wonen. Al was het maar omdat dementie bij iedereen op een andere manier tot uiting komt en de ziekte doorgaans verloopt in vier stadia. Dat betekent ook dat de wensen en specifieke behoeftes van uiteenlopende cliënten verschillen en tijdens het verloop van de ziekte kunnen veranderen. Er is daarom nood aan technische oplossingen die eenvoudig zijn aan te passen.
Volgens onderzoek hebben dementerende mensen behoefte aan vijf zaken. De eerste is zelfstandigheid: ze willen zelf alarm kunnen slaan in een noodsituatie. Ze willen daarbij niet worden gecontroleerd door familie of vrienden. De tweede is ondersteuning, bijvoorbeeld bij het bereiden van maaltijden of wanneer ze last hebben van geheugenproblemen. Ten derde is informatie erg belangrijk. Cliënten willen graag geïnformeerd worden over de eigen conditie en over de zorg- en ondersteuningsmogelijkheden die ze tot hun beschikking hebben. Dementerenden hebben ook veel behoefte om in contact te blijven met vrienden en familie, dus het vierde aspect is sociaal contact. Vijfde punt is de veiligheid: het is belangrijk dat de veiligheid van de cliënt constant wordt gemonitord en dat familie en verzorgers snel kunnen worden gewaarschuwd in geval van nood.
