Onlangs zag ik op televisie een documentaire over archeologisch onderzoek aan kleischerfjes met Soemerisch spijkerschrift. Het is indrukwekkend wat wetenschappers uit fragmentarische informatie kunnen afleiden over een cultuur van duizenden jaren oud. Miljoenen stukjes zijn sinds 1850 bij archeologische opgravingen aan het licht gekomen en waarschijnlijk zijn er miljoenen nog niet gevonden of vernietigd.
Voor een geschiedenis van drieduizend jaar is dit erg weinig informatie vergeleken met onze moderne wereld. Die legt elk jaar enkele zetabytes vast. Dat is een cijfer met 21 nullen erachter, oftewel vijftig keer meer bytes dan er zandkorrels op alle stranden van de wereld te vinden zijn, zo schreef onlangs de Duitse krant Die Welt.
We kunnen deze gigantische hoeveelheid data bewaren dankzij steeds betere elektronische geheugens. Toch daalt paradoxaal genoeg de levensduur van geheugentechnologie: informatie op perkament bleef vele honderden jaren goed, op celluloid is dat iets meer dan honderd jaar, cd’s gaan ongeveer vijftig jaar mee, magnetische media als harde schijven tien tot dertig jaar en elektronisch flashgeheugen doet het iets meer dan tien jaar. Het digitale vergeten neemt toe – onze elektronica lijdt aan dementie.
