Siemens heeft in München een nieuw laboratorium geopend om onderzoek te doen naar bescherming van toegangscodes in chips. Het Side Channel Lab onderzoekt hoe het uitlezen van geheime codes door fysiek ingrijpen is tegen te gaan.
Hoe kan iemand de code kraken van chipkaarten, decoders voor betaal-tv of een elektronische tachograaf? Met deze vraag loopt Stephan Lechner al geruime tijd rond. Niet omdat hij kwade bedoelingen heeft, maar omdat hij hoofd productbeveiliging bij Siemens is. Terwijl veel van zijn collega‘s zich bekwamen in het mathematische aspect van beveiliging, richt het team van Lechner zich op aanvallen via de fysieke achterdeur. Lechner waarschuwt: ’Mathematische beveiliging lijkt adequaat te zijn, maar dat klopt niet. Via fysieke wegen, zoals het meten en analyseren van vermogensverbruik of elektromagnetische emissie, is de geheime code redelijk eenvoudig te achterhalen‘. Een nieuw laboratorium onder leiding van Lechner moet manieren vinden om de noodzakelijke beveiligingscodes te beschermen.
Mathematicus Schultz demonstreert bij de opening van het Side Channel Lab het gelijk van zijn baas. Op een tafel in het laboratorium staat de printplaat van een elektronische tachograaf. Met deze brok elektronica is Siemens VDO wereldwijd marktleider. Vanaf 2006 moet elke nieuw geregistreerde Europese vrachtwagen hiermee uitgerust zijn. Een cryptografische controller met de geheime digitale code registreert de snelheid van de truck en de rijtijden en rustperioden van de chauffeur. Als Schultz de meetpennen van de oscilloscoop op de chip plaatst, meet het apparaat nauwkeurig de minimale schommelingen in vermogensverbruik wanneer de tachometer de bits ontvangt en decodeert. Hierbij flitsen gele golven over het scherm van de oscilloscoop. Een half uur en tweehonderd metingen later verraadt een statistisch programma de code die toegang tot de data verschaft en nu ook te manipuleren is.
