Onderzoekers en studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen en de TU Eindhoven gaan een nieuwe methode testen om de positie van een raket te bepalen in diens gehele vlucht. Dat doen ze volgende week tijdens een experimentele lancering in Zweden. De methode is tot wel tien keer nauwkeuriger dan gps en maakt het mogelijk om de raket tot op enkele centimeters te lokaliseren en vervolgens beter bij te sturen. Op termijn zouden hiermee ook vermiste personen en verloren objecten op te sporen zijn, met name op zee.
In het PR3 Space-experiment (Payload for Radiation Measurement and Radio-interferometry in Rockets) werkt het Nijmeegse Radiolab samen met de Eindhovense onderzoeksgroep Electronic Systems. Het is een van de geselecteerde projecten voor het Europese Rexus-programma (Rocket Experiments for University Students). Dit initiatief van de Europese ruimtevaartorganisatie Esa en haar Duitse en Zweedse tegenhangers DLR en SNSB stuurt jaarlijks twee raketten de lucht in met elk zo’n vier à vijf proeven aan boord van studententeams uit verschillende landen. PR3 Space is het eerste Nederlandse project dat ooit door de selectie is gekomen.
De eerstvolgende lancering staat gepland tussen 11 en 14 maart vanuit het Noord-Zweedse Esrange. Naar verwachting blijft de raket zo’n vijftien minuten in de lucht, waarbij zij een hoogte bereikt van tachtig tot honderd kilometer. Doel van PR3 Space is om twee experimenten te doen tijdens de vlucht: een nauwkeurige plaatsbepaling en een stralingsmeting met telefooncamera’s. Daarnaast kunnen studenten bekend raken met ruimtevaart en welke protocollen er allemaal bij komen kijken.


