Hoe simpel kunnen we 3D-beelden vastleggen? Dat is de vraag die wetenschappers uit Glasgow en Cambridge zich stelden. Het antwoord gaven ze onlangs zelf in Science: nodig zijn vier pixelcamera‘s, een – toegegeven, best wel fancy – projector en een computer.
Een pixelcamera is precies wat de term impliceert: een lichtgevoelig sensortje dat niets meer doet dan opvallend licht waarnemen zonder enig vermogen tot ruimtelijke resolutie. Met één zo‘n detector is met geen mogelijkheid een beeld te reconstrueren. Maar met een kleine handvol van dit soort primitieve cameraatjes lukt dat dus wel, zelfs in 3D.
Het op te nemen object moet daartoe met verschillende opeenvolgende zwart-witte blokpatronen worden belicht, terwijl vier sensoren in het vlak van de projector de reflecties vastleggen. De informatie van elk lichtpatroon en de gemeten lichtintensiteit worden gecombineerd en aan een algoritme gevoerd dat daaruit een 3D-beeld reconstrueert. Hoe meer meetpunten (patronen), hoe beter de kwaliteit van het beeld.

