Ik rijd elke dag ruim 45 km om op mijn werk te komen en dat zou ongeveer 35 minuten moeten kosten. De trip duurt helaas steeds vaker drie kwartier heen en drie kwartier terug. Om die tijd zo aangenaam mogelijk door te komen, luister ik meestal naar muziek of BNR. Meer activiteiten ontplooien wordt erg gevaarlijk, dus die laat ik maar achterwege. Eigenlijk mag mijn auto ook geen auto heten. Het is gewoon nog een kar met vier wielen waarbij het paard is vervangen door een dieselmotor. Er is niet veel automatisch aan, behalve dan de automatische versnellingsbak en zelfs dat is technologie uit het stenen tijdperk (1930). Het liefst zou ik in plaats van sturen een goed boek lezen of bijvoorbeeld een column over software-engineering schrijven voor Bits&Chips.
Toch heb ik goede hoop binnenkort niet meer te hoeven sturen. Ik volg de fascinerende ontwikkelingen van zelfrijdende auto‘s op de voet en dan met name de softwaretechnologie die ze mogelijk gaat maken. Iedereen kent de auto van Google wel, die zich in Nevada inmiddels op de openbare weg waagt. De draaiende uitkijktoren op het dak, de Lidar, is uitgevonden door de oprichter van een luidsprekerfabrikant (David Hall van Velodyne). De sensor draait tien keer per seconde om zijn as en gebruikt 64 infrarode laserstralen die onder verschillende hoeken rondzwiepen. Het teruggekaatste licht wordt omgezet in zo‘n honderdduizend datapunten per seconde. Deze gegevens worden gematcht met de informatie van twee radars en een positiesensor. Uit al deze gegevens wordt realtime een driedimensionaal beeld gebouwd waarin software alle verschillende medeweggebruikers herkent en detecteert wat hun richting en snelheid is. Dit gebeurt met behulp van partikel- en Kalman-filters. Dus nu weet de auto waar hij is, waar hij naartoe wil en wat er om hem heen gebeurt.
Google maakt ook gebruik van alle opnames die het voor Street View heeft gemaakt om een 2 tot 10 cm nauwkeurige positiebepaling te maken. Zover ik kan nagaan, zijn er echter ook ontwikkelgroepen die dergelijke informatie niet nodig hebben, zoals de Kunstmatige Intelligentie-groep van de Universiteit in Berlijn.
