De Turing Award, de ‘Nobelprijs voor de informatica’, gaat dit jaar naar cryptografiepioniers Whitfield Diffie en Martin Hellman. Het tweetal ontwierp in de jaren zeventig aan de Stanford University de eerste praktische methoden voor publieke-sleutelcryptografie. Ook werkten ze het idee van digitale ondertekeningen uit. Aan de prijs is een geldbedrag van 1 miljoen dollar verbonden.
Bij publieke-sleutelcryptografie zijn er twee verschillende cryptografische sleutels in het spel: de ene vercijfert een boodschap, de andere ontcijfert hem. Daardoor kunnen twee partijen die elkaar nog niet kenden toch versleuteld informatie uitwisselen; ze geven elkaar hun vercijfersleutel (wat dus een ‘publieke’ sleutel wordt) en vercijferen daarmee de berichten voor elkaar. Alleen degene die de ontcijfersleutel bezit, kan ze vervolgens lezen.
Het tweetal is overigens vooral bekend van een iets ander protocol dat ze tegelijkertijd publiceerden en dat strikt genomen geen publieke-sleutelcryptografie is (het ‘echte’ publieke-sleutelalgoritme van Diffie en Helmann werd al snel ingehaald door het betere RSA), namelijk om een gezamenlijke geheime sleutel af te spreken over een openbaar kanaal. Dit staat bekend als het Diffie-Hellman-protocol en is nog altijd in gebruik, alhoewel hier nog een derde onderzoeker bij betrokken, Ralph Merkle.