Naar aanleiding van de onthulling van klokkenluider Edward Snowden is binnen de security-gemeenschap twijfel ontstaan over de kwaliteit van cryptografische standaarden waar het NSA zich mee bemoeid heeft. Eerder werd duidelijk dat het NSA via een brede reeks aanvallen om cryptografie heen weet te werken, maar het vermoeden groeit dat het agentschap ook backdoors in de cryptografische standaarden zelf heeft geplaatst. Al sinds 2007 bestaat het vermoeden dat het NSA een backdoor had geïmplanteerd in een toevalsnummergenerators gebaseerd op encryptie met elliptische curves (ECC) door de keuze van standaardparameters. Dit werd vorige week bevestigd. Het Nist ontraadt intussen het gebruik van deze methode en heeft een nieuwe publieke procedure gestart om de standaard te evalueren. Maar er ontstaat nu ook twijfel over een andere ECC-gebaseerde standaard bedoeld voor het opstellen van digitale handtekeningen.
ECC is gebaseerd op een bepaald type curves en een set regels om te rekenen met punten op de curve. Wanneer een punt op de curve vermenigvuldigd wordt, ontstaat volgens deze rekenregels eenvoudig een nieuw punt op de curve. Om vanuit dit nieuwe punt en het oorspronkelijke punt de vermenigvuldigingsfactor te halen, is echter zeer lastig. Deze eigenschap wordt gebruikt voor asymmetrische cryptografie; het oorspronkelijke en afgeleide punt worden gebruikt voor het opstellen van een openbare sleutel om boodschappen te coderen, maar deze kan alleen ontcijferd worden door iemand die over de vermenigvuldigingsfactor beschikt.
De vorm van de curve is – binnen grenzen – vrij te kiezen, en er zijn verschillende standaardcurves in omloop. Aan de algoritmes en de onderliggende wiskunde wordt niet getwijfeld, maar beveiligingsexperts plaatsen wel steeds meer vraagtekens bij de gekozen parameters in de standaarden.