Philips en de TU Eindhoven hebben een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van hun methode om kankermedicijnen zeer lokaal af te leveren via vetbolletjes, die met behulp van ultrageluid worden gesmolten. Onderzoekers melden in een preklinische studie voor het eerst dat dat werkt en bovendien dat de dosis nauwkeurig te volgen is via MRI. Dat opent de weg naar het ontwikkelen van therapieën met de methode, een proces dat nog makkelijk een decennium kan duren.
Het lokaal activeren van geneesmiddelen heeft een grote potentie om de effectiviteit te vergroten, met name bij kankermedicijnen. Nu worden doseringen afgestemd op wat acceptabel is voor de bijwerkingen. Zou het medicijn echter alleen actief zijn op de plaats waar het moet werken, dan blijft de rest van het lichaam buiten schot. Dat zwaard snijdt aan twee kanten: de patiënt heeft minder last en schade van bijwerkingen, en dosering kan lokaal aanzienlijk worden opgeschroefd.
Philips sleutelt al enkele jaren aan een manier om dit mogelijk te maken. De aanpak bestaat uit een aantal componenten. Ten eerste is dat een high intensity focused ultrasound-apparaat (Hifu). ’Dat is een ultrageluidmachine met 256 transducers op een schotel van zo‘n 25 centimeter, die focussen op een enkel punt dat daardoor opwarmt‘, vertelt Holger Grüll van Philips Research en deeltijdhoogleraar aan de TUE. ’Dat wordt nu net ingezet tegen vleesbomen. Je verhit het weefsel kort tot zestig à zeventig graden, zodat eiwitten denatureren.‘

