De Zweedse Chalmers-universiteit denkt een belangrijke stap te kunnen zetten in de ontwikkeling van robotische armprothesen voor amputatieslachtoffers. Het wil binnenkort beginnen met het implanteren van sensoren direct in de armstomp bij enkele patiënten. Dat moet de weg vrijmaken naar protheses die complexe bewegingen uit kunnen voeren en permanent te gebruiken zijn. De proeven zijn bedoeld om de haalbaarheid van de technologie aan te tonen. Proeven op grote schaal staan nog niet op de planning.
De afgelopen decennia zijn er grote stappen gezet in de ontwikkeling van mechanische prothesen en hun aansturingsalgoritmes. Toch blijft het gebruik ervan vooralsnog beperkt. Chalmers-onderzoeker Max Ortiz Catalan denkt dat dit komt door de manier waarop de gebruiker zijn intentie kenbaar moet maken aan het apparaat. Doorgaans worden elektroden op de huid geplakt die de spanning van enkele grote spieren meten. Daarmee kunnen voorgeprogrammeerde bewegingen worden aangestuurd. Met het aanspannen van een bepaalde spier kan de gebruiker bijvoorbeeld de opdracht geven om de hand te sluiten.
Er kleven echter veel nadelen aan deze aanpak. Ten eerste zijn deze metingen vrij onnauwkeurig. De huid en vetweefsel veroorzaken verstrooiing en demping van het signaal, de elektroden kunnen verschuiven, omstandigheden zoals zweten hebben een grote invloed en alleen spieren vlak onder het oppervlak kunnen gebruikt worden. Ten tweede treedt vrij snel vermoeiing op bij de gebruiker, wat de signaalkwaliteit niet ten goede komt. En ten derde is het ook een onnatuurlijke manier van aansturen, want de patiënt moet zijn intentie vertalen in het aanspannen van spieren.
