De overdracht van energie van het ene op het andere luminescente deeltje geschiedt efficiënter in een omgeving met een lagere brekingsindex. Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit Utrecht in Nature Communications. Met deze kennis kunnen mogelijk betere medische scanners, verlichting en zonnecellen worden ontworpen.
In hoeverre de energieoverdracht wordt beïnvloed door de omgeving is al geruime tijd onderwerp van debat. De Utrechters hebben nu laten zien dat snelheid waarmee geëxciteerde cerium-ionen licht uitzenden wél van de brekingsindex afhangt, maar de energie-overdracht van cerium-donoren op terbium-acceptoren niet. Met een slimme keuze van de omgeving is het dus mogelijk de emissie zoveel mogelijk te onderdrukken, waardoor energie-overdracht de overhand krijgt.
Het effect van de energieoverdracht tussen twee luminescente deeltjes is conversie van de lichtkleur. Cerium bijvoorbeeld absorbeert gemakkelijk uv-licht, maar na overdracht wordt dat als groen licht uitgezonden door terbium. De kleurverandering kan bijvoorbeeld worden gebruikt om lampen met prettiger licht te ontwerpen, om zonnecellen delen van het spectrum efficiënter te laten absorberen of om nanodeeltjes voor medische scans te maken die luminesceren bij andere golflengtes dan de achtergrondstraling in het lichaam.

