Laatst weer eens met mijn vrouw mee wezen ’uit winkelen‘. Het hele winkelgebied is tegenwoordig een aaneenrijging van kleren- en schoenwinkels. Leuk voor de vrouwelijke helft van de bevolking, maar dodelijk vervelend voor de mannelijke.
Vroeger was winkelen nog wel te pruimen. Strategisch in de winkelstraten zaten winkels waar nog wat leuks te zien was. Een paar platen of cd‘s zoeken, een fototoestellenwinkel in, langs de hifiboer, hier en daar een boekwinkel in om een beetje rond te neuzen. Terwijl mijn vrouw weer de zoveelste klerewinkel in liep, was er voor mij altijd wel iets te vinden in de buurt.
Nu zijn al die winkels weg of bijna weg. Eigen schuld, want ik koop mijn spullen gewoon op internet. Er zijn wel een hoop telefoonwinkels bij gekomen, maar daar heb ik niks mee. Alleen in de Mediamarkt is wat te zien, maar daar hou ik het nog geen drie minuten vol. Veel te veel herrie en knipperende lichten en gedoe en drukte. In die paar minuten gaan alle sensoren in mijn lichaam volledig in de verzadiging en dan wil ik nog maar één ding: zo snel mogelijk weer naar buiten. Als ik daar echt iets moet kopen, haal ik buiten diep adem, ren naar binnen, koop wat ik moet hebben en ren zo hard mogelijk weer de winkel uit. Dat gaat allemaal net binnen de limiet. Ja, ik zal me daar een beetje gek laten maken.
