Nokia brengt twee laaggeprijsde mobieltjes uit, gericht op opkomende markten. Zaktelefoonfabrikanten verwachten in ontwikkelingslanden de komende jaren de meeste groei. Met goedkope toestellen richten ze zich op regio‘s als Afrika, China en India. In The Wall Street Journal verklaarde Nokia‘s vice-president Juha Pinomaa dat de low-end zaktelefoons in ’zeer hoge volumes‘ zullen worden gemaakt. Nokia deed zijn aankondiging in Nairobi, hoofdstad van Kenia. Pinomaa zegt dat Afrika op dit moment de snelstgroeiende regio is voor mobiele telefoons. ’Wij zien 100 miljoen abonnees in Afrika tegen het einde van 2005 en 200 miljoen in 2010‘, aldus de topman in de zakenkrant.
Nokia verwacht dat er in 2010 wereldwijd 3 miljard mensen een mobiel abonnement zullen hebben, tegen 1,7 miljard eind 2004. De groei zal vooral komen van opkomende markten. De Finnen stellen zich een mobiele markt voor waarbij providers mobiele diensten kunnen leveren voor zo‘n 5 dollar per maand. Nokia schat dat zijn goedkoopste toestel (niet-gesubsidieerd) voor grootafnemers 65 euro moet gaan kosten. Deze 1110 heeft een zwartwitscherm. Het andere model, de 1600, heeft een kleurendisplay en zal de detailhandel 85 euro gaan kosten. Beide krijgen een grafische interface die het gebruiksgemak voor analfabeten zal verhogen.
Motorola, na Nokia de tweede grootste fabrikant van mobieltjes, kondigde afgelopen februari ook al aan dat het zaktelefoons van 40 dollar zou gaan maken voor ontwikkelingslanden. Ook SonyEricsson zegt een toenemend deel van zijn R&D aan instapproducten te besteden.

