Met een beetje technologie zijn nek-, schouder- en rugklachten net zo goed op afstand te behandelen als in het revalidatiecentrum, tegen lagere kosten. Zorgverleners zouden telegezondheidszorg dan ook moeten omarmen, stelt Roessingh RR&D-onderzoeker Stephanie Jansen-Kosterink, die gisteren promoveerde aan de UT. Nu worden dergelijke projecten veelal niet doorgezet na de pilotfase.
Jansen-Kosterlink onderzocht onder meer het begeleiden van oefeningen om nek- en schouderklachten te behandelen met een vestje met emg-elektroden. Die meten continu de spieractiviteit en wanneer de patiënt onvoldoende ontspant, wordt die daar via tril- en geluidssignalen op gewezen. De sensordata worden via een koppeling met een smartphone ook doorgestuurd naar een back-end systeem, waardoor de zorgprofessional de resultaten met de patiënt kan bespreken.
De effectiviteit van deze behandeling was vergelijkbaar met de reguliere aanpak: bij veertig procent van de patiënten verminderde de pijn en de beperking die zij ervoeren. Maar de therapeuten boekten een efficiëntiewinst van twintig procent en door de consultatie op afstand hoefde de patiënten minder te reizen.Jansen-Kosterlink keek ook naar de begeleiding van patiënten met lage rugpijn. De therapeut kon hier voor een patiënt een revalidatieprogramma samenstellen met behulp van een databank met bewegingsvideo’s. De kwaliteit van de revalidatie bleef gelijk wanneer één dagbehandeling in de revalidatiekliniek werd vervangen door één thuistraining met behulp van deze toepassing. Deze technologie moet echter nog wel verder worden ontwikkeld.De promovenda denkt ook dat patiënten thuis met serious games aangespoord kunnen worden tot het doen van oefeningen. Zij baseert dat op de eerste resultaten met een spel dat wordt aangestuurd met bewegingen en het spieractivatiepatroon van de patiënt.

