De bijspijkercursus wiskunde die de Universiteit Twente aan eerstejaars techniekstudenten aanbiedt verbetert hun vaardigheden, zij het nog onvoldoende. Dat bleek uit de herhalingstoets die de studenten in oktober maakten. Op de eerste dag van het collegejaar nam de UT onder alle technische studenten een instaptoets wiskunde af. Slechts 4 procent van hen bleek over het vereiste niveau te beschikken. Uit analyse van de gemaakte oefeningen bleek dat de meeste eerstejaars te veel afhankelijk zijn van hulpmiddelen zoals grafische rekenmachines en formulebladen.
Dit was voor de UT aanleiding om een bijscholingscursus in het leven te roepen. Diegenen die de test niet haalden moeten in groepen van twintig onder begeleiding van een studentassistent hun kennis bijspijkeren. Het type vragen riep in het begin veel weerstand op onder de studenten, omdat ze simpel lijken. Zonder hulpmiddelen liepen ze echter al snel vast.
De TU herhaalde de instaptoets na vijf weken, vlak voor de eerste tentamenronde. De resultaten waren hierbij iets beter. Zo kon 38 procent van de studenten formules omrekenen tegen 18 procent bij de eerste toets. Het niveau is echter nog steeds te laag voor de studies. Ook betwijfelen de initiatiefnemers of de aangeleerde kennis blijft hangen.
